|
Informatie microtube techniek algemene informatie |
||
|
|
||
| Een belangrijke rol in het ontstaan van een hernia speelt de tussenwervelschijf. De tussenwervelschijf bestaat uit een kern met daaromheen gelegen de ringen, die de kern op zijn plaats houden. Vertonen de ringen scheurtjes, welke kunnen ontstaan door verkeerde werkhoudingen of bewegingen, dan zal de kern onder invloed van belasting in de ringen gaan uitpuilen. Verplaatsing van de kern en/of vervorming van de ringen naar de achterzijde zal het ruggenmerg en /of de zenuwen van de bil en benen onder druk kunnen brengen. De volgende symptomen kunnen optreden:
Tijdens de operatie wordt de druk op de zenuwen of het ruggenmerg middels het verwijderen van de uitstulping opgeheven. De zenuwen hebben hierna tijd nodig om zich te herstellen. Daardoor is het best mogelijk dat u de eerste tijd nog pijn en/of een dof gevoel hebt in de bil, been of voet. Het bewegen van benen en voeten voorkomt stijfheid bij het opstaan en bevordert de bloedsomloop. Het is goed om de dag van de operatie af en toe diep in- en uit te ademen. Enkele uren na de operatie mag u onder leiding opstaan. De rug is sterk genoeg om uw gewicht te dragen, niet bang zijn en soepel lopen. Voor het herstellen van uw klacht is het belangrijk dat u:
Probeer zoveel mogelijk af te wisselen wat betreft lopen, zitten en liggen. Niet zelf autorijden en als u met iemand meerijdt niet langer dan een half uur. Indien u er toe in staat bent mag u twee weken na ontslag fietsen (wel voorzichtig zijn met op en afstappen) en ook zelf autorijden. Hoedt u zich voor te sterke afkoeling. Tot drie maanden na de operatie moet u het plotseling bukken, draaien en zwaar tillen vermijden en geen geforceerde bewegingen maken. In overleg met uw arts of fysiotherapeut mag u 3 maanden na de operatie de rug weer geleidelijk wat meer gaan belasten. |
||
|
|
||
|
DeNiCe Software; Copyright © 1994 - 2008; All rights reserved |